donderdag 13 oktober 2016

Zuurdesemstartertrilogie. Deel 3: Bloopers



Ik maak heel wat mee, zo met mijn desemstarter. Nooit een saai moment, zeg maar. In de nog geen twee maanden dat hij hier in de kelder woont, heeft hij voor al heel wat verrassingen gezorgd. Voorbeeld: op een dag toen ik het deksel opende zag ik een laag gekleurd water op mijn desem staan, de geur was ook wat pregnant en extreem gistig. Heel anders dan anders. Ik zoeken op internet, wat blijkt? Hij had honger. Gewoon te weinig te eten gegeven. Maar geen nood, als het water nog een enigszins acceptabele kleur heeft (en transparant is), dan giet je het laagje alcohol (want dat is het eigenlijk) af en doe je wat je altijd doet: een deel weggooien, een deel verse bloem en gelijk deel water erbij en klutsen maar. Dit is mij regelmatig gebeurd, maar toch heb ik het steeds in leven weten te houden en er heerlijk brood mee gebakken. Natuurlijk moet je eigenlijk iedere dag even onder dat deksel kijken, net zoals ik eigenlijk iedere dag ontbijt op bed zou moeten krijgen, maar ja. Een andere suprise was dat er op een gegeven moment een behoorlijk nare lucht in de kelder hing.  Toen ik het deksel oplichtte zag ik al snel dat het te laat was voor mijn desemstarter. Er lag een droge poederachtige zwarte laag op het desem en laat ik je een ding vertellen: het zag er niet goed uit. De geur was van dichtbij nog extremer, er was geen andere conclusie mogelijk, hij moest weg. Ik was radeloos, al dat werk voor niets. Godzijdank had ik een deel in de koelkast bewaard en kon ik daarmee verder. Alsof er niets gebeurd was! Waarlijk uit de dood opgestaan. Had ik even mazzel. Een tip dus, als je je starter voedt en ik zeg dat je de helft moet weggooien, gooi die helft dan niet écht weg, maar bewaar het in een bakje in de koelkast. Gebruik dit gewoon als gist in allerlei leuke gerechten zoals wafels bijvoorbeeld of American pancakes of een rogge flatbread. Of als starter, als je die andere hebt laten doodgaan.

Helaas heb ik niets, maar dan ook helemaal niets geleerd van dit drama. Een paar weken later, dacht ik eens bij mijn starter te kijken en weer was ie hartstikke dood. En niets bewaard, hè, deze keer. Voor dat je iets naars wilt zeggen: het komt door het weer. Bij normaal herfstig weer, nat en koel, was dit nooit gebeurd. Beetje hongerlijden, moet hij tegen kunnen. Maar natuurlijk heb je gelijk, als hoofdverzorger ben ik op zijn minst schuldig aan nalatigheid, verwaarlozing en mishandeling van mijn desemstarter. Had ik er beter op moeten letten, dan was dit alles niet gebeurd. Maar met excuses en spijt kom je niet ver, er zit niets anders op dan opnieuw beginnen. Terug naar deel 1 van de trilogie.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen